Waarom ik niet terugkeer als directeur van InDifferent
Voor een sabbatical van een half jaar ben ik naar Berlijn gekomen. Voor het eerst in lange tijd is er ruimte. Tijd om rond te wandelen, in koffietentjes te zitten, kunst te bekijken. Maar vooral tijd om te schrijven.
Schrijven doe ik al sinds ik het kan, maar gepubliceerd heb ik nooit. Daar wil ik misschien langzaam verandering in brengen. Net als een eerstejaars kunststudent begon ik bij mezelf: wat ik heb meegemaakt, wie ik denk te zijn, mijn twijfels en de ideeën die steeds terugkomen. Al schrijvend probeerde ik beter te begrijpen waarom ik doe wat ik doe. Zo werd steeds duidelijker dat ik niet terug wilde als directeur van InDifferent. Inmiddels heb ik dat besluit genomen. Dat was een moeilijke beslissing, want het werk en de cultuur die we samen hebben gemaakt, zijn me dierbaar. De gedrevenheid in het team, de betrokken docenten op scholen en de leerlingen die me verbazen en verrassen. Bij InDifferent kreeg mijn wens om iets bij te dragen aan de wereld een concrete vorm. Dat wil ik blijven doen, maar op een andere manier.
Mijn puberteit was niet makkelijk. In een omgeving waarvan anderen de regels bepaalden, kwam ik vaak niet tot mijn recht. Hoe ouder ik werd en hoe meer invloed ik kreeg op mijn eigen omstandigheden, hoe beter het met me ging. Als docent kon ik een omgeving voor anderen creëren. Kunst bood een manier om onderwerpen te bespreken waarvoor in andere lessen weinig ruimte was. Die ruimte was voor veel leerlingen nieuw op een school waar meestal al vaststond wat ze moesten leren en wat het goede antwoord was. In mijn lessen wilde ik jongeren zo veel mogelijk ruimte en invloed geven. Ruimte om te onderzoeken en hun eigen ideeën te ontwikkelen. Invloed op wat ze deden, hoe ze leerden en hoe we met elkaar omgingen. Zo wilde ik hen bieden wat ik zelf had gemist.
Daarom nodigde ik in 2017 een stuk of achttien leerlingen uit in het muzieklokaal. We gingen in een kring zitten, ik vroeg: ‘Wat kunnen we doen om deze school een plek te maken waar iedereen zichzelf kan zijn.’ Uit hun brainstorm kwamen twee duidelijke antwoorden: een vriendengroep waarin iedereen welkom is en samen activiteiten organiseren die zowel leuk als leerzaam zijn. We schreven onze ideeën op grote vellen papier, maakten een programma en begonnen gewoon. Zo begon InDifferent. Dat vond ik heerlijk. Samen iets maken en ontdekken wat het kon worden. Mijn belangstelling ging steeds meer uit naar alles wat samen een situatie vormt. De manier waarop je iemand ontvangt, de verwachtingen die je al dan niet uitspreekt, de inrichting van het lokaal. En vooral: wie mag daarover beslissen? Jongeren moeten zich meestal aanpassen aan een omgeving die volwassenen hebben bedacht. Wat gebeurt er als zij die zelf mee kunnen vormgeven? Die vraag wilde ik onderzoeken. Met context bedoel ik alles wat daarin samenkomt: wat we zeggen en doen, onze afspraken en gewoontes en alle mensen die er deel van uitmaken. Als docent heb je daar veel invloed op. Hoeveel invloed laat je aan de leerlingen?
Een school waar iedereen welkom is, was voor mij het begin. Jongeren zouden er ook zelf aan moeten kunnen meevormen en binnen veilige kaders kunnen oefenen met autonomie. Invloed krijgen en leren wat je daarmee kunt doen. Bij InDifferent was ruimte om dat allemaal te onderzoeken. In het begin kon ik een idee krijgen en eraan beginnen. Maar de stichting groeide. Er kwamen medewerkers, samenwerkingen en verplichtingen. Mensen moesten kunnen rekenen op afspraken en op de keuzes die we hadden gemaakt. De vrijheid waarmee het ooit begon, kreeg een andere betekenis toen meer mensen op de organisatie moesten kunnen rekenen. Mijn ideeën hadden gevolgen voor hun werk. Dat vroeg om overleg, duidelijke keuzes en ruimte voor anderen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Ondertussen bleef ik sterk betrokken bij de details, omdat daarin voor mij de betekenis van het werk zat. Hoe je een klas binnenkomt. Hoe je voor een groep staat. Welke woorden je gebruikt. Iets aan een ander overlaten was soms moeilijk als ik zelf een duidelijk beeld had van hoe het moest worden.
Merel, met wie ik jarenlang samenwerkte, wees me eens op de tegenstelling tussen wat ik medewerkers vertelde en wat ik zelf deed. Ze mochten hun tijd nemen, afstand nemen van hun werk en fouten maken. ‘Maar jij doet dat zelf ook niet,’ zei ze. Ze had gelijk. Mijn werk ging in de avonden en weekenden door, tot ik tevreden was. Anderen vertellen dat ze hun grenzen mochten bewaken, kreeg daardoor iets tegenstrijdigs. Als directeur droeg ik ook verantwoordelijkheid voor dat voorbeeld. Ruimte geven betekende dat een taak bij iemand anders kon blijven, met vertrouwen in een aanpak die anders was dan de mijne. Dat was soms zoeken en leren.
Bijna tien jaar heb ik met veel inzet aan InDifferent gebouwd. Daarbij speelde steeds de afweging tussen wat goed was voor de organisatie en wat ik zelf nodig had. Tijdens mijn sabbatical merkte ik dat die balans voor mij moet veranderen. Hier in Berlijn kan een dag schrijven voorbijgaan zonder dat het iets hoeft op te leveren. Een vraag volgen, lezen, opnieuw beginnen. Op een bankje zitten en nadenken zonder dat er ondertussen een besluit op me wacht.
Die ruimte doet me goed. Er ontstaat weer zin om als kunstenaar verder te gaan: schrijvend, onderzoekend, nieuwe dingen ontdekken. Samenwerken blijft daar voor mij bij horen. Maar er moet ook ruimte zijn om mijn eigen vragen te volgen en van richting te veranderen. Daarom kies ik ervoor de eindverantwoordelijkheid als directeur over te dragen. Mijn aandacht wil ik voortaan richten op het inhoudelijke werk: schrijven, onderzoeken, trainingen geven en mensen begeleiden.
Voor mijn sabbatical hebben we met hulp van een externe partij onderzocht wat InDifferent de komende jaren nodig heeft. We hebben ons aanbod kleiner gemaakt, onze doelen aangescherpt en de veranderingen verwerkt in een jaarplan. In het team heb ik veel vertrouwen. Er zijn goede nieuwe mensen bij gekomen en onze gastdocenten geven met veel inzicht les. Zij kunnen het werk voortzetten en verder ontwikkelen. Daarvoor hoef ik niet aan het roer te blijven.
Loslaten blijft spannend. Mijn ideeën zitten voor mijn gevoel tot in de haarvaten van InDifferent. Er zit veel van mezelf in. Nu zullen anderen keuzes maken over wat ze behouden, veranderen en verder ontwikkelen. De inhoud blijft me bezighouden en ik zou graag betrokken blijven. Of en hoe dat vorm krijgt, moet nog worden besproken. Ook de vorm van mijn eigen werk ligt nog open. Ideeën en vragen zijn er genoeg. Voorlopig is er tijd om te schrijven, te onderzoeken en te ontdekken waarmee ik verder wil.
Bij InDifferent wilde ik jongeren ruimte geven om zelf richting te bepalen. Nu wil ik die ruimte ook voor mezelf.